Trip to Milwaukee
(Week 10)
vorige week
index
volgende week

Vrijdag 1 augustus,

10.00 uur lokale tijd, en voor ons eigenlijk standaard tijd dus starten we de motoren en zoeken ons een weg richting het zuiden. Het is al 15 mijl rijden voor we Calgary goed en wel uit zijn. We blijven highway #2 volgen, zoeken een comfortabele snelheid en houden deze maar vast. We rijden door een zeer uitgestrekt landbouw gebied, de oogst is al binnen en voor zover het oog reikt zien we alleen maar grote rollen stro liggen. Weinig interessants dus. Nu is het mooie natuurlijk dat naarmate de dag vordert ook het landschap verandert. Als we Montana bijna bereiken zien we wederom de schimmen van de Rockies voor ons op doemen. Het is knallend heet, de lucht is blauw maar toch niet helemaal helder. Ook in deze regio blijkt men last te hebben van bosbranden dus neem deze dunne laag rook weg en je rijdt zo "Marlboro Country" binnen. Een mooi gezicht. Als we even later Browning binnen rijden voor een tankstop, merken we dat en groot gedeelte van de bevolking Indiaans is. Aan de diverse stopplaatsen langs de snelweg waarvan sommige "historisch" zijn krijgen we in de gaten dat dit het land van de "Blackfoot" Indianen is. Het is enorm uitgestrekt en vooral droog. Voor ons Brabanders is het dan ook net een stukje uit een film of reclame-spotje waar we door heen rijden. Het eind van de middag brengt ons in Dupuyer (Montana). We zien een campingske en besluiten te stoppen, het is heet genoeg geweest voor vandaag. Dupuyer is een kleine gemeenschap, eigenlijk nog niet zo anders dan we in Rusland zagen. Het principe is hetzelfde, alleen is er hier meer "luxe" aanwezig. Het is helemaal niet zo dat men hier zomaar alles voor handen heeft maar men heeft het net iets beter voor elkaar. In het plaatselijk restaurant/café vullen we onze buiken en maken ons op voor het einde van alweer een schitterende en hete dag.


We're almost there,
P&P

Zaterdag 2 augustus,

Op weg naar ons zijstapje (Sturgis) rijden we vandaag door het golvende landschap van Montana. We vertrekken deze morgen vanuit Dupuyer en willen proberen via Highway 89 voor de avond in Livingston aan te komen. Het landschap ziet er verdord en verlaten uit. De kleur van de omgeving is, behoudens een enkele groene plek, overwegend geel. Waarschijnlijk zijn de hoge temperatuur en het weinige regenwater dat er valt hier debet aan. Want het is heet beste mensen, het is bloedheet. Behalve hier en daar een kudde koeien is er dan ook geen levend wezen te bekennen, uitgezonderd twee idioten op motoren. Zelfs de rijwind brengt geen verkoeling meer. Steeds als we moeten stoppen om te tanken doen we dat zo kort mogelijk. Omdat de zon bijna pal boven je staat, aan een wolkenloos firmament, is er ook bijna geen schaduw te vinden. Alleen de korte stukjes die door de Rocky Mountains lopen voelen wat prettiger aan. Van alle foute opties is die van doorrijden de minst slechte. Het voordeel (elk nadeel heeft een voordeel; J.C.) is dat we veel meer kilometers maken dan gepland. Het gevolg is dat we 's avonds om zes uur al in Billings zitten, 104 mijlen verder dan Livingston. Da's dus mooi meegenomen. Het is nu 22.00 uur, het is pikkedonker maar nog steeds heet. Misschien moeten we nog maar een koel biertje nemen voor het slapen gaan.
Morgen nog heter? We gaan steeds zuidelijker dus de kans is erg groot.

We're almost there,
P&P.

Zondag 3 augustus,

Als we 's ochtends vertrekken vanuit Billings, Montana, hebben we eigenlijk het plan om door te rijden tot vlak voor Sturgis. De festiviteiten aldaar beginnen officieel de 4e pas dus dan kunnen we morgen nog mooi wat rondtouren door de Black Hills. Het is vandaag echter weer zo heet dat er eigenlijk maar een ding op zit, rijden. Rijden en af en toe een stop om het vloeistof niveau van de motoren en onszelf wat op te vijzelen. Als we na een tankstop langs een bankgebouw rijden zien we hoe heet het werkelijk is, 93 F ofwel 38 C. Het waait stevig maar zelfs de wind tezamen met de zelf- gegenereerde rijwind kan geen verkoeling brengen. We passeren vandaag het historische slagveld waar generaal Custer verslagen werd in een zware veldslag tegen de Indianen. Als we zo halfweg de middag stoppen om wat verkoeling te zoeken in een bikers saloon langs de 212 besluiten we om een korte route te nemen die ons direct langs "Devils Tower" voert. Dit is een kegelvormige berg die zomaar ineens uit de grond lijkt te komen. Hier aangekomen besluiten we de laatste 60 mijlen naar Sturgis zelf ook maar te nemen. Dus geheel in "Superrally-traditie" komen we netjes de avond voor het begin aan. In de schemer zetten we ons tentje op op de Buffalo Chip Campground. Dit is het meest beruchte festival/campeerterrein hier in Sturgis. Het biedt een zeer compleet muziek programma en heenkomen aan ruim 100.000 bikers en "bikers". Alleen deze camping is dus al haast net zo groot als onze TT te Assen. Er worden dit jaar zo'n 700.000 mensen verwacht die hun heenkomen dus nog moeten zoeken op andere soortgelijke campings. Vaak lijkt het wel of iedereen die wat geld te besteden heeft een Harley koopt om in een week als deze eens flink de "bram" uit te kunnen hangen. Het overgrote deel van deze R.U.B.'s** arriveert dan ook keurig met een grote camper en de motoren op een trailer. Eigenlijk is het dat niet waar zo'n treffen om begonnen is, maar goed iedereen moet maar doen wat ie wil; we zijn tenslotte in het land van de vrijheid en onbegrensde mogelijkheden. We laten het allemaal maar over ons heen komen en wachten af wat het program met o.a. Whitesnake, Steppenwolf, Jethro Tull en Alice Cooper ons zal brengen.

**: Een R.U.B. is de tegenhanger van Y.U.P. (Young Urban People) ook wel yuppies genoemd en eigenlijk is het nog erger. De R.U.B. is beter bekend als Rich Urban Biker en dat straalt er van alle kanten vanaf. De rest van deze definitie mogen jullie zelf aanvullen.

We're almost there,
P&P

Maandag 4 augustus,

Het was al bijna donker toen we gisteravond in Sturgis aankwamen. We hebben ons tentje opgezet en globaal ons kamp gemaakt. Vandaag zullen we de boel een beetje beter organiseren en onszelf wat oriënteren. Het organiseren is snel gebeurd, we nemen het niet zo nauw. Er is nog voloende tijd over om eens in de stad te gaan kijken. De hoofdweg door Sturgis is ± twee km. lang en daar hebben we gisteren ruim twee uur over gedaan, met heetlopende motoren. Wijselijk parkeren we de motoren nu dus aan het begin van de stad. Maar ook dat valt niet mee. De hele stad is gewoon vol motoren. In alle hoofd- en zijstraten staan ze rijen dik geparkeerd. Motoren, overal waar je kijkt motoren. Het is zelfs zo dat Mainstreet voor alle verkeer (behalve motoren) is afgesloten. In het midden van de straat staan ze kont aan kont in twee lange rijen en dan nog eens een rij aan elke zijkant van de straat. Het zijn meestal vrij nieuwe, schone, blinkende motoren, met af en toe een dure maar smaakvol gebouwde chopper er tussen. Het doet ons dan ook deugd als er uit de rijen toeschouwers iemand naar voren treed en roept "Hey, some real bikers", en daarbij op ons en onze viezerikjes wijst. Kijk, van dat soort opmerkingen krijgen wij nou een licht opstekertje. Zo vermaken we ons de hele middag in deze overvolle motorstad. Tegen de avond moeten we snel weer terug naar de Buffalo Chip camping want vanavond wordt het genieten van... Steppenwolf én..... Jethro Tull. Juist ja, in levende lijve.

We're almost there,
P&P

Dinsdag 5 augustus,

Vandaag doen we wat klein onderhoud aan de motoren. Zo langzamerhand beginnen de vele kilometers toch hun tol te eisen. Het blijft gelukkig toch bij kleinigheidjes. De FLH bijvoorbeeld heeft er een nieuw geluidje aan de achterkant bij gekregen. Het is de remklauw die het begrip "zwevend" iets te ruim neemt. De FXST begint ook zo iets zweverigs te krijgen, er zit wat speling op het stuur. De rubber ringen in de kroonplaat zijn op hun einde. We hebben het al een paar keer strakker aan gedraaid en wisten dat het einde voor deze rubbers nabij zou zijn. Een paar dagen geleden in Billings hebben we bij de plaatselijke dealer dus al wat inkopen gedaan voor beide rubbers en remklauw. Als we vandaag hier in Sturgis de rubbers van Peer willen vervangen blijkt er meer aan de hand te zijn. Door het gejutter in een van de "risers" is het spontaan gedaan met zijn schroefdraad als we de boel weer vast willen draaien. Er zal niets anders op zitten dan een nieuw setje risers te regelen. Dat mag toch eigenlijk niet te moeilijk zijn in een stadje bomvol met motoren en de aanverwante handel. Met het pendelbusje in Sturgis aangekomen blijkt het toch wat moeilijker dan verwacht. Ze gooien je overal werkelijk dood met forward controls maar risers ho maar. Toch vinden we een tweedehands setje voor 15 USD en gaan weer vlug terug naar de camping om het spul te monteren. We willen morgen toch echt wel een dag gaan rijden door de Black Hills alhier.

We're almost there,
P&P

Woensdag 6 augustus,

Het is erg stoffig op de prairie. Er staat een behoorlijke wind en het heeft al tijden niet geregend. Gisteren hebben we de motoren weer in orde gemaakt met het doel om vandaag eens wat door de Black Hills te gaan rijden. Er zijn in deze regio zoveel natuurmonumenten, parken en kunstwerken te zien dat we barbaren zouden zijn als we ze niet zouden gaan bezoeken. Eerst rijden we door de Spearfish Canyon naar Spearfish. Dan nemen we een stukje snelweg naar Rapid City om daar weer een binnenweg te nemen die ons naar het Custer Park brengt. Vanuit het Custer Park brengen we een bezoek aan het Crazy Horse monument, een monument waarvan het ontwerp en de aanvang door een kunstenaar van Poolse afkomst gemaakt zijn en nu, na zijn dood, door zijn kinderen verder gerealiseerd wordt. Crazy Horse was de Indiaan die generaal Custer doodde in de slag bij Little Big Horn. Vandaaruit nemen we een prachtige binnenweg door de Black Hills naar Mount Rushmore. Het is een smalle, bochtige weg die je door de bergen naar boven brengt. In de afdaling zitten een aantal kleine tunneltjes waarvan de laatste twee uitzicht bieden op het monument met de gebeeldhoude hoofden van vier presidenten. Bijna aan het einde van de weg bevinden zich een aantal korte cirkelvormige bochten, die deels over houten bruggen lopen. Het is aan deze bruggen waar de weg zijn bijnaam "engineer's nightmare" heeft te danken. Het is waarlijk een genot om over deze weg met zijn prachtige uitzichten te rijden. Het is al bijna avond als we via Deadwood de weg terug naar Sturgis op draaien. Overal in de hele regio is het druk met motoren, daarom heet het waarschijnlijk niet meer ' de Sturgis rally' maar 'de Black Hills rally'. We hebben de hele dag zonder helm en in T shirts zonder mouwen gereden. Het wordt nu toch een beetje fris dus we willen wel wat opschieten. Als we de stad binnen rijden wordt het te donker voor de zonnebril. Nou dat laatste stukje kan wel zonder, hoewel het wettelijk verplicht is er een te dragen. Goed en wel buiten de stad wordt ik echter door de sherrif tot staan gebracht. Hij wijst mij op mij plichten en schrijft een waarschuwingsticket uit. Ik breng het er weer eens goed vanaf. Als ik mijn tentje openrits zie ik dat alles bedekt is met een dikke laag zand. Het is nu echter te laat om er nog iets aan te doen. Het is al donker en voor vanavond staat er een live concert van Whitesnake op het programma en dat vindt mijn oude rockershart toch belangrijker dan een schone slaapzak.

We're almost there,
P&P

Donderdag 7 augustus,

Deze donderdag is vooral een dag van huishoudelijke taken. Door het aanhoudende hete en droge klimaat is alles gehuld in een dikke laag stof. De organisatie doet haar uiterste best de paden en weggetjes nat te houden maar dit blijkt tevergeefs. Het gros van de chrome-geile "Rich Urban Bikers" zoekt toch zijn weg over de droge stukken want er moest eens een spatje slijk op hun blinkend paradepaardje komen. We besluiten dus te verhuizen en verplaatsen onze tentjes iets verder de heuvel op. Als de boel weer op orde is; laat zeggen dat we gestofzuigd hebben, togen we ons naar de wasmachines. Ook dit was hoognodig, het stof kruipt werkelijk overal in, laat staan de geur die zichzelf met deze temperaturen elke dag tierig versterkt. Voeg hier nog een verfrissende douche aan toe en we zijn weer helemaal 't menneke. Alsof het zo moest zijn valt er tegen het eind van de middag een heerlijk verfrissende bui vergezeld van een onweersbui die ons slechts langs de horizon passeert. Als het weer droog is maken we ons op voor de avond die afgesloten zal worden met een optreden van Alice Cooper. Nog twee dagen Sturgis.....

We're almost there,
P&P

vorige week
index
volgende week