Trip to Milwaukee
(Week 4)
vorige week
index
volgende week

Vrijdag 20 juni,

Inderdaad vrijdag 20 juni. Nu maken we het helemaal mee. We liggen allebei
in het ziekenhuis. Een oer-Siberisch ziekenhuis. Als je je afvraagt wat dat inhoudt?......Nou niet meer als een bed met een draadveren bodem, als matras
een dikke deken met een laken en een paardendeken toe. Nu, voor jullie je zorgen gaan maken begin ik eerst weer even vooraan in ons "dagverslag" van
vandaag. We vertrokken vanochtend uit Oblepicha, nog niet half wetend wat ons vandaag te wachten staat. De weg van gisteren was klote, evenals het
weer. Met een flinke dosis geluk zouden beide factoren ons nu wel meezittenen kunnen we weer eens "op ons gemak" wat kilometers maken. Niets van dit alles komt uit. De eerste meters het dorp uit zijn ronduit slecht.
Dan ineens is er gelukkig weer asfalt, en wonderbaarlijk genoeg compleet met
markering en alles. Terwijl het nog steeds regent komen we aan bij een benzinepompje, voor alle zekerheid gooien we hem maar weer eens vol.
Eigenlijk direct vanaf het moment dat we hier vertrekken gaan we meteen alweer onverhard. Met onze motoren hebben we hier dus helemaal niets te
zoeken. Het is "hult en bult" en daarbij nog eens spiegelglad van de klei. Achteraf blijkt dat deze ondergrond zich ruim 80 km voor ons uit zou
strekken, en het is dan ook een wonder dat we het er zonder kleerscheuren vanaf brengen. Eigenlijk hadden we hier al een perfect moment gehad voor de
dagfoto, als Pim ineens tot aan zijn assen vastrijdt. Na deze ruwe start van
de dag worden we verwend met alweer een schitterend stuk asfalt. Toch moeten we zachtjes aan doen want de natte klei vreet onze remvoeringen met huid en haar op. Zonder te remmen verslijten we allebei een bijna nieuw setje
blokken. De afstand tussen ons beiden laten we dus iets groter i.v.m.
onverwachte rem-acties. "So far so good". Een kleine honderd kilometer
verder is het weer gedaan met de pret, er is in geen velden of wegen een
spoor te bekennen van ook maar iets dat op asfalt lijkt. Tja 150 km terug
rijden is ook nogal erg, dus vort met de geit! Stapvoets glibberen we over
het puin en de kiezels. Vooralsnog gaat het erg langzaam maar toch goed.
Totdat Peer ineen het spoor bijster is en om kukeld. Ik probeer te stoppen
maar tevergeefs we liggen samen plat. Als ik opsta en Peer te hulp snel,
merk ik eigenlijk pas dat het zelfs haast te glad is om te lopen. Toch eerst
naar Peer want hij ligt nog met zijn voet onder de motor. Even tillen, Peer
eronderuit, motor overeind en met zijn tweëen weer terug glibberen naar mijn
FLH om deze ook weer met de goede kant boven te zetten. Even later wordt de geleden schade pas duidelijk, mijn valbeugel heeft zijn werk perfect gedaan
en ik zou verder kunnen. Het is ditmaal de motor van Peer die nu even niet
verder kan. De "forward control" met "heel/toe" schakeling is compleet afgebroken en er zit een flink gat in zijn primaire kast, deze loopt dus al snel helemaal leeg. Daar staan we dan, gelukkig mankeren we beiden niets maar we staan hier wel midden in de taiga, geen telefoon, niks. We hebben al snel in de gaten dat we hier erg gevaarlijk staan, zelfs vrachtwagens komen hier haast overdwars voorbij gegleden. Dus voor we besluiten wat te doen, zoeken we eerst te voet naar een veilige parkeerplaats voor de motoren. Als dit geregeld is besluiten we dat een van ons maar eens moet gaan liften om te kijken wat we hiermee aan kunnen vangen. Dus duim omhoog en toi, toi, toi.

Ik (Peer) gebaar naar een aankomende Lada met een compleet Siberisch gezin
erin, de Lada stopt. Het enige wat ik hem duidelijk kan maken is;
autoservice. Maar de goede man begrijpt meteen wat ik bedoel. Hij schuift
zijn kinderen aan de kant en ik mag instappen. Ik versta dat het nog 50 km
is tot Tulun, de eerstvolgende stad. Hij houdt het gas behoorlijk op de
plank en met een vaartje van 60 vaart hij door het moeras terwijl hij links
en rechts nog een vrachtauto passeert. Dit kan natuurlijk niet goed blijven
gaan. En ja dus, bij de volgende bocht begint het blikje te schuiven, het
draait twee keer om zijn vertikale as en komt met de voorwielen in de berm
terecht. In tegenstelling tot in Nederland, waar een beetje grind al een
gevaarlijke berm heet, is het hier een laag modder van 40 cm diep en niemand
klaagt erover. Geen nood iedereen blijft rustig zitten. De man zet hem in
zijn achteruit en met een toerental waar een MIG jaloers op is en het
maximale vermogen op de achterwielen probeert hij uit de greppel te komen.
Als ik aanbied om uit te stappen en mee te duwen gebaart hij dat het nog
veel te vroeg is voor ongerustheid. En verdomme, na vijf pogingen lukt het
hem om weer op de weg te komen. Welliswaar met de neuzen de verkeerde kant op maar toch. Het gebiedt het overige verkeer even te wachten en we zijn weer op weg. Als we zo een half uur gereden hebben vind ik dat ik te ver van Pim verwijderd raak en misschien beter naar het vorige dorp kan gaan. Ik tik het mannetje op zijn schouder en vraag hem mij er hier maar uit te laten.
Daar snapt hij natuurlijk niets van maar voldoet aan mijn verzoek. Na drie
pogingen heb ik alweer een lift in tegenovergestelde richting. Het sociale
gevoel is hier sterk aanwezig. Ze zijn dan ook erg van elkaar afhankelijk.
Dit keer zijn het twee bouwvakkers met een busje. We stoppen even bij Pim om het vervolgplan door te spreken en gaan richting het dorp, op zoek naar
hulp. Naar goed Siberisch gebruik stoppen we bij de dorpswinkel en halen een
fles wodka, drie tomaten, een stuk brood en worst. Dit wordt ter plekke
genuttigd en na 10 minuten pauze nemen we de draad weer op waar we hem
hebben laten liggen. Als we het dorp weer uit rijden en ik nog geen
takelwagen of auto-ambulance gezien heb stap ik ook hier maar weer uit en
loop terug. Misschien moeten we achter de struiken ons tentje maar opzetten,
gaan slapen en morgen zien we verder. Vandaag stond de M in M53 in ieder
geval voor MODDER.

Dosvidanie, (houdoe)
P&P

Zaterdag 21 juni,

Vandaag zullen we proberen met de motoren in Niznye Udansk te komen, om ze daar op de trein naar Irkutsk te zetten. Toen ik gisteren terugliep naar de
plek waar Pim de motoren hoedde, kwam ik langs een officieel uitziend gebouw waarvoor drie mannen staan te praten. Als waren zij een laatste strohalm klamp ik ze aan. Ik vraag ze naar autoservice " motatcicle kaput" probeer ik ze wijs te maken. Uit hun reactie begrijp ik dat ze ons hebben zien liggen.
Helaas, geen autoservice. Ze gaan even in driftig Russisch met elkaar in
discussie en het lijkt of ze een oplossing weten. Een van hen gebaart mij te
wachten. Wat later komt hij terug met zijn jas aan en zegt mij in zijn Jeep
te stappen, een van de andere rijdt ook mee naar de plaats van het ongeval.
We begrijpen dat we met de motoren mee terug het dorp in moeten waar ze een slaapplaats voor ons hebben, en een stalling voor de motoren. We volgen
gedwee, we hebben tenslotte geen andere keus. De motoren stallen we in de
garage van het ziekenhuis. De plaatselijke monteur neemt de schade op en
komt tot de conclusie dat hij het niet kan repareren. De conversatie
verloopt nogal moeizaam daarom wordt de lerares Duits van de lokale school
erbij gehaald. Dat scheelt een stuk, opeens kunnen we met elkaar praten. Het
plan is dit; de motoren kunnen veilig in de garage blijven, wij krijgen voor
vannacht een kamer in het ziekenhuis en morgen wordt er transport geregeld.
Omdat we overdag niet eten barsten we van de honger. Geen nood, het hele
clubje gaat mee naar het dorpscafe om te eten. Nu we, via een tolk, met
elkaar kunnen praten kunnen we ons ook aan elkaar voorstellen. De man met de Jeep blijkt de burgemeester van het dorp te zijn, en zijn vriend de
directeur van de school. Er wordt de hele avond gezellig gebuurt en
informatie uitgewisseld over de verschillen en raakpunten van ons beider
volken. Na drie flessen wodka vinden we het genoeg en gaan slapen. Afspraak
om negen uur op het gemeentehuis. Als we ons melden is de burgemeester al
druk aan het regelen en even later komt er een chauffeur met een
vrachtwagentje. Er wordt een plan gemaakt en via een steiger wordt mijn
motor op de vrachtwagen gezet. Het enige kleine minpuntje in dit geheel is
dat Pim's bandenpomp gestolen is. Ze halen onmiddelijk de politie erbij maar
hij wordt niet teruggevonden. Een van de andere mensen biedt Pim zijn pomp
aan, we kunnen hem nodig hebben natuurlijk. Als alles geregeld is nemen we
hartelijk afscheid met de belofte elkaar beslist weer te zien. Om elf uur
zijn we op het station. Nu zal het snel gebeurd zijn en zijn we bijtijds in
Irkutsk. Dat valt echter tegen. De motoren moeten in een container en zullen
pas in de loop van de volgende week aankomen. Hier zijn we niet blij mee.
Maar gelukkig, als ik op het formulier de waarde van de motoren in moet
vullen schrikken ze zo dat ze van de officiële weg afwijken en ons
adviseren ze per vrachtwagen met bewaker te transporteren. Dit is een stuk
duurder maar we hebben geen keus. Ze slaan onmiddelijk aan het regelen en
organiseren, toch is het al vijf uur in de middag voor we vertrekken. De
eerste chauffeur blijft de hele dag bij ons en toch hoef ik hem alleen de
benzine maar te betalen. Stel je voor, vier volwassen personen en twee zware
motoren op een klein vrachtwagentje. Het is bijna 600 km en we kunnen niet
echt snel. Pas nu zien we hoe slecht de weg werkelijk is. Als we niet meteen
buiten het dorp gevallen waren dan toch zeker 10 km verder. Aan de diepe
sporen in het gedroogde slijk kun je goed zien hoe dik de laag geweest is.
Zo tobben we ons de weg over. Onderweg krijgt ook het vrachtwagentje nog
twee keer pech, lekke band en radiateurslang, en zodoende komen we pas om
zes uur 's-morgens in een veel te duur (toeristen) hotel in Irkutsk aan.
Maar het kan ons niet schelen, we zijn bekaf. We laden de motoren af,
stallen ze overdekt en bewaakt achter het hotel en duiken onze nest in.

Dosvidanie,
P&P


Zondag 22 juni,

Na amper drie uur geslapen te hebben staan we toch op. Er staat ons immers
nog een heleboel te doen. Beginnend met een ferm ontbijt willen we hierna de
motoren hun zuur verdiende verzorging geven en kijken of we de motor van
Peer kunnen repareren. Als we een klein beetje fatsoenlijk willen sleutelen
moeten we toch eerst van al het zand en klei af zien te komen dat aan onze
motoren kleeft. Dit gaat erg lastig als blijkt dat we het moeten stellen met
emmer en spons. Goed "ziek" van dit getob gaat Pim met zijn stadskaartje in
de hand op pad om te vragen welke car-wash het dichtst bij zit. Als Peer in
ieder geval weer kan schakelen stappen we dus op de motor en gaan op zoek.
Ook ditmaal redden we het niet zonder de behulpzaamheid van een Siberier en
hij escorteert ons naar plaats van bestemming. Hier aangekomen staat een
heel team van autowassers klaar en zij gaan driftig aan de slag. De motoren
zijn als nieuw, en voor dit staaltje was- en poetswerk hoeven we slechts 100
RUR te betalen. De mensen zijn dan ook erg verrast met de 50 RUR die we als fooi geven. Nu vlug terug naar het hotel, denken we. Dat gaat dus nog mooi even niet door. Onze gids rijdt nog langs thuis om ons zijn collectie
klassieke auto's te laten zien. Deze BMW, Mercedes en ex-KGB mobiel stammen alledrie uit de jaren '50 en verkeren in de staat van "opknapper". Onze bewondering is dan ook erg groot als we ons bedenken met welke middelen deze jongeman alles voor elkaar moet boksen. We nodigen hem uit voor een biertje in het hotel en maken daarna snel onze motoren klaar. Het is nu wel genoeg geweest voor vandaag, dus besluiten we op tijd te gaan eten en de dag verder te laten voor wat hij was.

Dosvidanie,
P&P

Maandag 23 juni,

Gisteren hebben we de boel een beetje schoon en klei-vrij gemaakt zodat we
vandaag met de reparaties kunnen beginnen. Maar hoe maak je een gat van 3 cm breed en 5 cm lang in een aluminium kastdeksel dicht?? Het enige materiaal dat we hebben is een staaf ijzercement en een tube epoxy-metaal. De randen van het gat zijn naar binnen geslagen en er lopen haarscheurtjes in alle
richtingen. Ik kneed het ijzercement zo vast mogelijk over de rand en als
het droog is werken we de oppervlakte af met epoxy-metaal zodat ook de
haarscheurtjes bedekt zijn. Als we later ons werk controleren lijkt het
stevig en dicht te zijn. We monteren het deksel met een driedubbele laag
pakking, twee maal siliconen met daartussen de gewone pakking. We dekken de boel af en gaan weer op informatie uit. We moeten nog veel te weten komen voor we beslissen hoe verder te gaan. Nieuwe onderdelen laten komen heeft weinig zin. Het duurt minstens een week voor ze hier zijn en we komen in tijdnood omdat ons visum met een maand is ingekort. Morgen vullen we de
primaire kast met olie en hopen er het beste van.

Dosvidanie,
P&P

Dinsdag 24 juni,

Informatie over hoe verder te gaan is het enige waar we allebei aan kunnen
denken. Zonder eigenlijk concreet iets te weten schrijven we in onze
gedachten al diverse scenario's. Enkele hiervan kunnen eigenlijk al direct
geschrapt worden en andere worden weer versterkt met de verkregen
informatie. Gister zijn we onder andere ook op het station geweest. We weten
nog steeds niet wat precies te doen. We weten inmiddels dat onze weg naar
Alaska toch via Magadan zal moeten gaan. Gedeeltelijk met de trein en de
rest zelf rijden is te riskant i.v.m. onze tijdslimiet, dus vliegen zou de
beste optie zijn. Het feit is dat er schijnbaar maar een persoon is die dit
al dan niet voor ons kan regelen. We hebben zijn nummer al eens gebeld, maar we hebben nog geen direct contact gehad. We moeten hem wel te pakken zien te krijgen voor we misschien overhaaste beslissingen gaan nemen. Daar komt nog bij dat hij alleen Russisch spreekt. Het wachten in onzekerheid en het piekeren over oplossingen vreet dan ook meer energie dan een hele week motorrijden. Het lijkt alsof ons lot in handen ligt van anderen, dus
voorlopig kunnen niet meer doen dan een schietgebedje en wachten op goed
nieuws van Magadan Airlines. Morgen weten we meer.

Dosvidanie,
P&P

Woensdag 25 juni,

In een laatste wanhoopspoging proberen we Vassily Kolniakov van Magadan
airlines te bellen en waarempel, we hebben succes. Alexander, de
communicatiespecialist van het hotel, spreekt goed Engels en biedt aan als
tolk voor ons op te treden (de taalbarriëre wordt steeds groter) Vassily
vraagt ons met de motoren naar het vliegveld te komen want hij wil even zien
hoe groot ze zijn. Begeleidt door onze tolk voldoen we aan zijn verzoek. Het
lijkt allemaal geen probleem te zijn. Als we de benzine eruit halen kunnen
de motoren als bagage mee, maar.... pas volgende week. Hij moet eerst met
St. Petersburg bellen en regelen dat er ruimte in het bagageruim gelaten
wordt. Als we mee willen zitten we hier dus nog een week vast. Wat moeten we doen?? We willen eigenlijk liever rijden maar al tijdens ons tochtje naar
het vliegveld blijkt dat mijn primaire kast niet dicht is, zodra de olie een
beetje warm wordt loopt hij er zo uit. We gaan terug en beginnen opnieuw. We monteren het deksel opnieuw, nu met nog meer siliconenpakking maar de olie zeikt er nog steeds uit. Waarschijnlijk is het deksel door de val zo
vervormd dat het platte vlak niet meer op de kast sluit. We krijgen het niet
goed. Ik zou nu wel gewoon door kunnen rijden maar na twee dagen zijn de
koppelingsplaten zo krom dat ze niet meer werken. Ik heb een setje
reserveplaten bij me maar daar halen we het einde ook niet mee. Daarbij komt
dan nog de tijdsdruk. Ons boerenverstand zegt dat de risico's onaanvaardbaar
groot zijn en dat we het dus niet moeten doen. We nemen nu een, voor ons,
dramatische beslissing. We nemen volgende week donderdag het vliegtuig naar
Magadan. Van daaruit vliegen we dan later naar Anchorage waar we wel
onderdelen kunnen krijgen en monteren. Helaas voor ons kunnen we dan het
laatste en misschien meest boeiende stuk door Siberie dan niet over de weg
afleggen. We rijden dan toch zo'n dikke drieduizend kilometer minder door
Rusland dan we graag gewild zouden hebben, maar komen in ieder geval in
Alaska terecht zodat we vandaar de reis af kunnen maken zoals gepland.
Doorgaan naar Vladivostok is geen optie. Van daaruit kun je alleen naar
Japan of Korea, en daar willen we niet naar toe. De pessimisten onder ons
hebben een beetje gelijk. Je kunt hier niet veel met een verlaagde
onaangepaste straatmachine. Maar ze hebben slechts een heel-heel-heel klein
beetje gelijk. Want als het droog weer is en je hebt de tijd kom je er zeker
door. Bij droog weer is de weg keihard en kun je er makkelijk over rijden,
maar als het begint te regenen is hij in een mum van tijd veranderd in in
een verraderlijk modderbad. Als je de tijd hebt om de regendagen af te
wachten lukt het gegarandeerd.

Dosvidanie
P&P

Donderdag 26 juni,

Tja, daar zitten we dan, midden in Irkutsk in een toeristen hotel. We hebben
hier normaal gesproken eigenlijk geen klagen, ware het niet dat we hier nog
een week "gevangen" zitten. Nochthans, niet hier, vandaag gaan we verkassen
naar een gastenitsje, wat beter bij ons budget past. Met de bewakers van het
hotel hebben we geregeld dat de motoren daar mogen blijven staan. Met onze
dagbagage in de hand kuieren we naar het Angara gastenitsje, alwaar we nu
voor haast half geld vertoeven. De verveling slaat nu toch wel een beetje
toe. We zitten hier nu al vijf dagen en kunnen eigenlijk niet zo heel veel
doen. Een tijdschrift, krant of puzzelboekje biedt dan ook geen uitkomst,
leest een beetje lastig. We beperken ons dus tot wat rondslenteren door de
stad en nuttigen hier en daar een bakje koffie of een potje bier. Om jullie
toch wat leesvoer te bezorgen, proberen we tijdens onze zwerftochten door de
stad toch wat interessante dingetjes te fotograferen en misschien een klein
stukje te schrijven. We hebben een geluk; het wordt vanzelf donderdag en
daar hoeven we niets voor te doen. Dus we nodigen jullie uit om de komende
week samen met ons van de nood een deugd te maken en de toerist uit te
hangen.

Dosvidanie,
P&P

 

vorige week
index
volgende week