Trip to Milwaukee
(Week 9)
vorige week
index
volgende week

Vrijdag 25 juli,

Skagway ligt aan het eind van een fjord dat Lynn Canal genoemd wordt. Tijdens de Gold Rush van 1898 was dit de haven waar gelukzoekers vanuit de hele wereld aan land kwamen, om van hieruit de barre tocht naar de goudvelden van de Klondike area te. beginnen. Vanuit Skagway liep de Chilkoottrail door en over de bergen, via de White Pass naar Canada. Om Canada binnen te mogen moest elk van hen voor een jaarlang voorraden bij zich hebben. Wat eenvoudigweg op 1000 kg per man gesteld werd. Sommigen hadden paarden of pakezels waarmee de lading naar boven gebracht werd, maar verreweg de meesten moesten het in pakketten van 25 kg, op hun rug gebonden, de 20 mijlen lange trail over sjouwen en dus 40 keer heen en weer. Velen zijn dan ook halverwege gecrepeerd. In dit gebied is zoveel cultuur en historie bewaard gebleven dat het maanden zou gaan kosten om dit allemaal te zien. Om toch iets ervan mee te maken kiezen we voor een ritje per smalspoor, over een spoorbaan die rond het jaar 1900 is aangelegd en voor een deel parallel loopt aan de trail. In het 20 mijl lange traject tot aan de grens stijgt het spoor 1000 meter. Aan de ene kant kijk je tegen steile bergen op, aan de andere kant zie je diep in het ravijn stukken van de Chilkoottrail nog lopen. Het uitzicht is fenomenaal en voor die tijd is het een knap stukje werk. Om de dag waardig af te sluiten hebben we zojuist nog even een bezoekje gebracht aan het Gold Rush Cemetary. Hier is ook het graf van Jefferson 'Soapy' Smith, de eerste bendeleider in Skagway, die in een 'gunfight' gedood werd door Frank Reid die er niet ver vandaan ligt.

Ya all have a good one,
P&P

Zaterdag 26 juli,

Als we 's ochtends ons tentje openritsen kleurt de lucht geheel grijs. Hier en daar een héél klein blauw gaatje, maar daar houdt het dan ook mee op. De bewolking hangt laag en we kunnen de bergtoppen amper zien.Om hier weg te komen moeten we daar weer doorheen, dezelfde weg terug als we gekomen zijn. Als we vertrekken vanuit Skagway beginnen we direct aan de klim. Hoewel het vandaag niet echt koud is voelt het wel zo aan, de lucht is zo vochtig dat het zijn vocht amper of niet vast kan houden. Als we bijna aan de top bij de Canadese grens zijn schieten we de wolken in. Zo als het nu is mogen we nog niet klagen, in de mist worden we wel af en toe verrast door sterke ruk- en valwinden maar voor ons is er een einde in zicht. Als je hier zo door de mist je weg probeert te zoeken, gewoon door simpelweg de markeringen van de weg te volgen heb je het soms al aardig moeilijk. Met de geschiedenislessen, tijdens onze treinexcursie van gisteren, nog vers in het hoofd doet dat toch nog weer even denken aan al die goudzoekers die hier soms bijna hebben moeten creperen om aan de andere kant te komen. De mens is hier zo klein en nietig, dus als dit een middelmatige zomerdag is kun je wel na gaan hoe het hier 's winters kan spoken. Gelukkig houdt het hier voor ons op, als we de afdaling in zetten laten we het roerige Skagway achter ons. Wat verder naar beneden begint de zon te schijnen. Tankstop in het plaatsje Carcross en door, terug naar de Alaska Highway. We nemen de kortere route, wetend dat we ook hier weer een stuk gravel zullen krijgen doen we dit toch liever dan 100 km om rijden. We passeren een paar prachtige "Hollywood" decor stukken, namelijk landschappen die zo uit een "Spaghetti"western zouden kunnen komen. Het stuk onverhard doet ons terugdenken aan de Russische blubber. Met alle goede bedoelingen is de weg hier nat gehouden om grote stofwolken te voorkomen. Hierdoor zijn een paar verraderlijke stukken ontstaan. Zonder kleerscheuren maar met wat zwabberen komen we er door. Op de Alaska Highway is het nu weer even afgelopen met het natuurschoon. We zijn de afgelopen dagen natuurlijk weer erg verwend en moeten het nu doen met een bos en meren gebied zo groot als Nederland (Noord-Zuid). Een volgende verrassing die ons wacht zijn de bruggen hier in deze regio. Waarschijnlijk vanwege de weersomstandigheden 's winters zijn verschillende brugdekken uitgevoerd in stalen roosters. Als men deze uitvoert met mazen van 12 x 3 cm en men voegt daar nog een paar jaar spoorvorming aan toe levert dat voor de tweewielers in ieder geval het nodige gezwabber op. Daar waar we dachten het het hardst nodig te hebben bleek het overbodig; reservebrandstof. Nu een beetje knullig, een paar km voor de pomp zijn we toch blij dat we een enkele liters bij ons hebben. Even later vullen we de tanks weer en doen het stukje Watson Lake nog even. Met 500 km op de klok is het mooi geweest voor vandaag. We gaan barbequen!!!!!!

Ya all have a good one,
P&P

Zondag 27 juli,

Nee, je rijdt niet zomaar even van Watson Lake naar Fort Nelson. Hoewel de afstand maar 532 km bedraagd, is het toch een volle dagtaak om er te komen. De eerste 150- en de laatste 100 km zijn even saai als de weg van gisteren en evenaren elkaar in hun afstompende werking. Het is het stuk ertussen dat deze rit de moeite waard maakt. Door de Canadese Rocky Mountains en langs de rivier de Liard loopt de Alaska Highway in al zijn glorie. Vlak langs de rivier slingert hij zich in wispelturige kombochten omhoog en omlaag. Op de hogere plateaus wordt je een uitzicht op de grillige bergketen geboden, in de lagergelegen valleien loopt allerlei wild. Voor vandaag staat op het wildmenu: een Lynx, een Eland, twee groepen Berggeiten en twee Bisons. Het enige dat het plezier een beetje beperkt is dat de weg eigenlijk een lappendeken van "loose gravel patches" is, die af en toe wordt opgefleurd door een "wafelijzer" brug. Dit neemt je aandacht voor de omgeving een beetje weg. Maar goed, het kan niet elke dag Kerstmis zijn. We hebben er enorm van genoten. Erg verwonderd zijn we als we halverwege de Rocky's gaan tanken en een Nederlandse vlag zien wapperen. Als we de eigenaar om de reden vragen verteld hij dat hij Chris Winkelmeyer heet en oorspronkelijk uit Hilversum komt. Hij heeft hier voor een gasbedrijf gewerkt en is verliefd geworden op de omgeving. Omdat hij Nederland te gejaagd en te vol vond is hij geëmigreerd en heeft hier een nieuw leven opgebouwd. Alle succes is hem gegund. De motoren lopen nog steeds als zonnetjes, al gebruikt de mijne door het zware werk dat hij moet verrichten wat meer olie dan normaal. Tevreden zetten we dan ook onze tentjes op in Fort Nelson. Met verbazing heb ik de laatste twee weken opgemerkt dat ook hier het overgrote deel van de mensen rookt, hetzij dan wel altijd buiten. Regelmatig komen ze zelfs naar je toe om een sigaret te kopen en als telg uit een handelsgezin ga ik daar natuurlijk op in. Het is hier dus ook gewoon zo, dat een zeer beperkt aantal andersdenkenden het gedrag van de meerderheid bepaalt.

Ya all have a good one,
P&P

Maandag 28 juli,

We staan vandaag weer lekker op tijd op. We zijn van plan om naar Dawson Creek te rijden. Vanaf hier (Fort Nelson) is dat zo'n 454 km. De route loopt nog steeds via de Alaska Highway, dus in principe moet de weg goed zijn. Het weer is in ieder geval op en top. Als alles een beetje wil vlotten, dat wil zeggen weinig of geen "road constructions", "gravel patches" en aanverwante artikelen willen we vandaag na Dawson Creek nog even 134 km doorhalen om hiermee het eindpunt van de dag te verleggen naar Grande Prairie. Alles gaat voorspoedig op een enkel oponthoud na maken we flinke vorderingen. Eerst nog een stukje door ik denk een uitloper van de Rocky Mountains. Eigenlijk helemaal niet zo onaardig om te zien, en met de Rockies in het achteruitkijkspiegeltje draaien we dan een lange kaarsrechte weg op. We komen van een iets hoger gelegen stuk en de weg verdwijnt elke keer achter een berg om bij de volgende weer omhoog te komen, voor zo ver als het oog reikt. Deze aanblik is in het begin wel mooi, maar het herhaalt zich keer op keer. Verder is er weinig te zien behalve één Kariboe en het onophoudelijke gekletter en gesplet van insecten die zich als volleerd kamikaze piloot op ons te pletter vliegen. Alles zit onder, een dezer dappere vliegeniers presteerde het zelfs zijn ingewanden achter mijn bril te deponeren. We voelen ons beide niet geroepen om te stoppen voor een kiekje. Dat scheelt ook een hoop tijd. Dus in Dawson Creek gooien we onze "schatjes" weer vol om door te rijden naar Grande Prairie. De weg naar Dawson Creek was al wennen. We zijn niet meer de "enige" die op weg zijn en het wordt al drukker. Dat zijn we niet meer gewend. Als we deze stad passeren blijkt dat we weer terug in de "bewoonde" wereld zijn. Stadjes worden steden, dorpen liggen dichter bij elkaar en...... jawel, we hebben weer bereik met ons hypermodern telefoontje. Alle berichtjes zijn er weer door. Het werd te veel om over te typen in een cyber-cafe. In Rusland hadden we hier de tijd voor omdat we moesten wachten op een trein of vliegtuig. Sinds we hier in Alaska en Canada zijn, zijn we zoals jullie nu zien weer volop op reis en was het dus moeilijk om hier tijd voor in te plannen. Als er al mogelijkheden waren. Geduld is een schone zaak en bij deze wordt het jullie beloond. Een hele bult leesvoer in een keer. De komende dagen zal er hier en daar nog wel een gat in het netwerk zitten maar de frequentie van berichtgeving zal zeker verhogen. Morgen Edmonton....

Ya all have a good one,
P&P

Dinsdag 29 juli,

Alvorens de weg naar Edmonton op te gaan rijden we even langs de H-D dealer om wat extra olie op te halen. Als we vertellen waar we vandaan komen en waar we heen gaan haalt de cassiere de eigenaar erbij om even een praatje te maken. In principe zijn we van plan de gewone snelweg te nemen. De eigenaar, zelf ook een fervent motorrijder, adviseert ons om door de Rocky Mountains en via het Jasper National Park te gaan. Het is wel een stukje om en het zal langer duren maar volgens hem is het zeker de moeite waard. Als we goed en wel op de Bighorn Highway zitten heb ik een beetje mijn twijfels. Het is wel een mooie weg maar de omgeving maakt weinig indruk. Van bovenaf kijk je uit op enorme wouden met allerlei soorten bomen. Het lijkt alsof de wereld een stoppelbaard heeft. Dit verandert echter zodra we Yellowhead Highway opdraaien en in de Rocky Mountains terecht komen. Na ongeveer 20 km rijden we het Jasper National Park binnen. Het zijn vooral de grillige rotsformaties, in contrast met de lieflijke meren en beekjes, die een verpletterende indruk op de voorbijgangers maken. Of je wilt of niet, je moet kijken. Het is misschien daarom dat de toegestane maximum snelheid op 70 km/u gesteld is. Alleen het zichtbare wild valt mij een beetje tegen. Voor vandaag staan op de wildkaart slechts twee volwassen Kariboes. Veel liever hadden wij een grote Zwarte Beer gezien. Maar die kan misschien vannacht nog komen, we camperen namelijk in het park, bij Jasper om precies te zijn. Diverse malen zijn we al gewaarschuwd om voedsel, en alles wat er mee te maken heeft, in speciale gebouwtjes op te slaan. Dus we houden hoop. Er zijn absoluut vele prachtige fotos te maken ware het niet dat de omgeving deels aan het oog ontrokken wordt door een dichte sluier van rook. Het is namelijk zo dat het parkbeheer af en toe een gecontroleerd vuurtje stookt, om de bossen niet al te dicht te laten worden, brandvertragende gangen te maken en de grond vruchtbaar te houden. Dit keer is het echter goed mis gegaan en zijn ze de controle over het gecontroleerde vuurtje helemaal kwijt. In plaats van Adelaars zien we nu vooral blushelicopters. Maar ja, het park is open en we zetten gewoon ons tentje op.

Ya all have a good one,
P&P

Woensdag 30 juli,

Als we vanochtend onze tentjes openritsen is het stralend weer. Geen wolkje aan de lucht en ook de rook is zo goed als verdwenen. Het belooft dus een mooie dag te worden hier in de Rockies. Eerst gaan we ons kluisje leeghalen. Gisteravond voor we onder de wol gingen hebben we hier in deze anti-berenbunker al ons eten en aanverwante artikelen gedeponeerd i.v.m. eventuele hongerige beren. Ik weet trouwens toch niet of die beren wel zo in ons geïnteresseerd zijn, gezien de onvermijdelijke odeurtjes die onze kleding en sokken beginnen te verspreiden. Er moet nodig weer eens een trommeltje was gedraaid worden, en zelfs dan valt het nog niet altijd mee om alles weer fris te krijgen. Enfin, laten we het er maar op houden dat dit de reden is dat we nog geen beren gezien hebben. Als we eenmaal op weg zijn raken we al snel diep onder de indruk van het natuurgeweld hier. Als je de ene kant op kijkt zie je woeste rotspartijen waarvan de toppen bedekt zijn met sneeuw en ijs. Blijf je op dezelfde plaats staan en draai je een kwartslag, is alles weer helemaal anders. In plaats van grijs/bruin en wit is het dan ineens overwegend groen. Alles is zo overweldigend en kolosaal dat ik besluit mijn fototoestel om mijn nek te hangen en vanaf de motor maar eens wat foto's te maken. Jammer genoeg is mijn toestelletje er nog een volgens het ouderwetse systeem met een rolletje. Wat er van deze foto's terecht komt weet nog niemand maar er zal vast wel iets moois bij zitten, gezien ik binnen de kortse keren een rolletje vol heb. Eigenlijk is het haast niet goed vast te leggen op de gevoelige plaat, zo groots. Nadat we beiden enorm van deze dag hebben genoten rijden we het park uit richting Calgary. Dit zou een mooie plaats zijn om aan te legen voor de nacht, vanaf hier is het nog 323 km naar de Amerikaanse grens bij Milk River. Van hier uit maken we namelijk nog een zijsprongetje naar het door velen zo bejubelde Sturgis (South Dakota).De Sturgis rally begint 4 augustus en het zou zonde zijn dit links te laten liggen, toch??? Naderhand gaan we echter weer terug naar Canada om onze orginele route te vervolgen. Morgenochtend bekijken we wat we doen. De FLH kick-starter krijgt heimwee of zoiets. Ondanks dat het ding bijna niet gebruikt wordt zit er een "ratel" in die langzaam aan erger wordt. Morgenvroeg raadplegen we onze helpdesk in Veghel nog eens wat hier mee aan te vangen. Dus als er gesleuteld moet worden blijven we gewoon nog een dagje langer. We hebben een mooie camping gevonden met uitzicht op de ski-schans en bobsleebaan van de olympische winter spelen. Laten we dus hopen dat we jullie morgen weer vanuit de States mogen berichten.

Ya all have a good one,
P&P

Donderdag 31 juli,

We besluiten een dag extra in Calgary te blijven. We noemen het maar even een combinatiedag. Enerzijds willen we wel weer een dag rusten, anderzijds vraagt Pim's motor om wat extra aandacht. Al op de derde dag na ons vertrek horen we af en toe een ratelend geluidje uit de versnellingsbak, of daar in de buurt, komen. Het is niets verontrustends en komt maar zelden voor dus we laten het zo. Gaandeweg de trip wordt het langzaamaan wat erger en duidelijker, het heeft iets met de kickstarter te maken. De versnellingsbak is goed en schakelt zonder mankementen. De laatste dagen echter is het geluid permanent aanwezig en wordt steeds harder. Dus moeten we er naar kijken. We zijn sinds Skagway ook alweer vijf dagen aan het rijden en een dagje rust is dan toch welkom. Daarom doen we vandaag beide, rusten en repareren. Ik rijd even naar het centrum om voor Pim een onderdeel op te halen. Tenminste, ik dacht even op en neer te rijden. Calgary blijkt, qua oppervlakte tenminste, een hele grote stad te zijn en op weg naar het centrum verdwaal ik dan ook keer op keer. Zelfs als ik op de terugweg in een keer de kortste weg neem en niet meer verdwaal duurt het nog ruim een half uur voor ik terug op de camping ben. We kunnen het probleem met de kickstarter tijdelijk oplossen en maken ons klaar om morgen weer verder te gaan.

Ya all have a good one
P&P

vorige week
index
volgende week